David, De Machtige Strijder

Chicago, IL USA

55-0118

1
Indien u met mij mee wenst te lezen, in het 17e hoofdstuk van I Samuël, te beginnen bij het 31e vers…
Toen de woorden die David gesproken had, gehoord werden en in de tegenwoordigheid van Saul werden verteld, liet deze hem halen.
David zei tegen Saul: Laat geen mens vanwege hem de moed laten zinken. Uw dienaar zal gaan en met deze Filistijn vechten.
Maar Saul zei tegen David: Je bent niet in staat naar deze Filistijn te gaan om met hem te vechten, want jij bent een jongen en hij is een strijdbare man van zijn jeugd af.
Toen zei David tegen Saul: Uw dienaar weidde de schapen van zijn vader, en kwam er een leeuw of een beer die een schaap van de kudde wegnam,
dan ging ik hem achterna, sloeg hem neer en redde het uit zijn bek. En als hij mij dan aanviel, greep ik hem bij zijn baard, sloeg hem neer en doodde hem.
Uw dienaar heeft zowel leeuw als beer verslagen. Zó zal deze onbesneden Filistijn zijn als een van hen, omdat hij de gelederen van de levende God gehoond heeft.
2
Moge de Here Zijn zegeningen aan dit Woord toevoegen. Ik wil nu slechts een paar ogenblikken spreken over deze machtige strijder David. En morgenavond, zo de Here wil, wil ik spreken over de strijder Jozua.
Vanavond is het Davids avond. David heeft altijd een echte plaats in mijn hart ingenomen, omdat hij zoals God hem verteld had, “Een man naar Zijn eigen hart was.” Ik houd ervan om mensen te zien die weten waar ze staan, die weten waar ze het over hebben. Ik houd ervan om mensen te horen spreken, ongeacht wie ze zijn, tot welke religie ze behoren, of over welk onderwerp ze praten, als ze weten waar ze het over hebben. Ik houd daarvan.
3
En David was een kleine schaapherder; hij woonde in Bethlehem bij zijn vader, die van de stam van Efraïm [Juda -vert.] was. En het was een edelmoedige kleine jongen, het achtste kind van zijn vader, Jesse, die uit Efrata kwam. En David wist al vanaf zijn begindagen dat hij hier op deze aarde geboren was, dat God met hem was. Voordat hij ooit gezegend, of gezalfd werd, wist hij dat God met hem was. Als u het verhaal nauwlettend volgt, hoe God…
Gisteravond spraken we over dezelfde dingen, namelijk dat gaven en roepingen onberouwelijk zijn. Gods uitverkiezing en voorkennis maakt dat de dingen zo gaan. Als wij een verlangen hebben, dan zegt de Bijbel: “Niet hij die wil, of hij die loopt, maar het is God die genade toont.” Ziet u? Het gaat er dus niet om of u wilt, of dat u het wenst, of dat het uw verlangen is, het gaat erom of het Gods wil is of niet. Daarom moeten we vervolgens Gods wil ontdekken, en als die zo volmaakt is, dan kunnen we ons geloof daarin plaatsen en zeggen: “Dit is het.” En we kunnen dan regelrecht de weg lopen die Gods wil aangeeft.
4
Welnu, we weten dat het Gods wil is de verlorenen te redden. We weten dat het Gods wil is de zieken te genezen. Als we ons positioneel kunnen plaatsen in Zijn wil, dan is het voorbij. Voor dit kleine gehoor deze avond… hoeveel zieke mensen zijn hierbinnen, laat me uw handen eens zien? Zieke mensen die gebed willen, hef uw handen omhoog, overal. Nu, kijk, er is niets… We zouden vanavond volkomen gezond naar huis kunnen gaan. Kijk naar de anderen…
Trouwens, mocht u hier nog steeds zijn, sommige mensen hebben hun getuigenissen opgestuurd. Tjonge, geweldig… Zelfs broeder Jozef ontvangt ze en neemt ze op in zijn blad, getuigenissen, wat de Here daar voor de mensen heeft gedaan. Zodra er tot hen gesproken was of zodra ze het geloof ontvangen hadden, hoe de Here Jezus neerdaalde in geweldige kracht en Zich aan hen bekend maakte. Genas hen van allerlei ziekten, en hoe het de mensen verlaten heeft. Ziektes waar de doktoren zelfs geen controle meer over hadden, heeft de Here, sinds we hier in Chicago zijn, genezen en zij zijn nu gezond. Ziet u?
Ze zijn hier als levende getuigenissen. Ze gingen naar huis en ontdekten dat hun geliefden genezen waren, en van alles. Gewoon op de wijze dat de Here het spreekt. Luister het opnieuw op de band en zie wat Hij zegt, en merk op of dat niet juist is. Ziet u, enkel wat Hij zegt zal gaan gebeuren.
5
En David nu, was positioneel geboren door uitverkiezing, waarvan God zei: “Gaven en roepingen zijn onberouwelijk.” Hij was van geboorte uitgekozen als een dienstknecht van de Here. Toen hij een kleine jongen was, in die dagen, was Israël van God weggegaan. Ze gingen heen en kozen voor zich een koning. Zij wilden doen als de overige naties, als de heidenen. God was hun Koning, maar ze wilden doen als de overige volken. Dat was het moment dat ze in moeilijkheden kwamen.
Zodra u iemand anders probeert na te bootsen, kunt u moeilijkheden verwachten. Broeder Upshaw had een korte spreuk die hij vaak uitsprak: “U kunt niet zijn wat u niet bent.” Dat is juist. “U kunt niet zijn wat u niet bent.” Dus houd dat in gedachten. Wanneer u dus komt om iets na te bootsen, tjonge, u houdt uzelf alleen maar voor de gek. God weet ervan, en de mensen weten het ook. Dus dan kun je maar beter jezelf zijn.
6
En als Israël slechts in die toestand gebleven was, maar ze zeiden: “Nou, kijk eens hier. Alle overige landen hebben een koning, dus waarom kunnen wij geen koning hebben?”
Dat gebeurde er met u, Pinkstermensen, toen jullie dachten: “Nou, die andere kerken, ze gaan allemaal naar shows. En hun vrouwen knippen toch ook hun haar af, en ze dragen korte jurkjes, en ze zeggen toch ook dat ze Christenen zijn, waarom mogen wij dat niet?” Alstublieft! [Samenkomst zegt:“Amen.” - uitg.] Dank u wel, ik ben blij dat u dat zegt. Dank u. Dat is juist.
Een oude Methodistenprediker zong vroeger: “We lieten de slagbomen neer, we maakten compromissen met de zonde; we lieten de slagbomen neer; en de schapen gingen eruit, maar hoe kwamen de bokken binnen?” U hebt de slagbomen neergehaald, dat is het. Dat is waar. Welnu, denk niet dat ik een meetlat heb; die heb ik niet. Maar ik heb gezien wat het Evangelie aan een persoon doet wanneer het werkelijk een houvast op hem krijgt. Het maakt dat u er anders uitziet, dat u anders doet, u anders kleedt, u anders gedraagt, u bent totaal anders. Dat is juist. En laat de slagbomen maar eens neer en merk dan op hoe de bokken binnenkomen.
7
Maar Israël wilde de andere volken nadoen. En dat wil de kerk ook doen, nabootsen. Ze komen in een teruggevallen toestand. Wat gingen ze vervolgens in deze toestand doen? Ze namen zich een koning. En ze kozen deze koning uit. Ze gingen op zoek naar hun koning, en toen ze hem vonden, hadden ze de grootste en knapste man gevonden die ze maar konden vinden. Geweldig sterk, langer dan 2.10 meter, zwart ruig haar, donkere sprankelende ogen, die aantrekkelijk voor het volk zouden zijn. En ze dachten: “Hij zal het een fantastische koning worden.” Maar God zei tegen Samuël: “De mens kijkt naar de uitwendige verschijning, maar God kijkt naar het hart.”
Toen Israël hun koning gekozen had, wilden ze een geweldig grote, knappe, sterk uitziende kerel met brede schouders, die rechtop liep, die met hoofd en schouders boven zijn hele leger uitstak. Maar toen God Zijn koning voor hen uitzocht, was het een klein rossig kereltje, die eruit zag als een mietje. En daar viel Gods keuze op. Wat een verschil. Ziet u het verschil? Dat is gewoon de manier waarop God soms dingen doet. Hij doet het op zo'n manier dat het zo in tegenspraak is, zo anders dan wij denken.
8
De dokter zegt: “Nou, dat geval zal aan tuberculose sterven. Hoe zal hij ooit gezond kunnen worden?” Dat is de mening van de dokter. Hij kijkt ernaar vanuit een medisch standpunt. Maar niet vanuit Gods standpunt. “Ik ben de Here, die u geneest.” Dat is het volgende. Ziet u?
De ene bekijkt het vanuit deze kant… De één bekijkt het vanuit een verstandelijke zienswijze, en de ander bekijkt het vanuit geestelijk oogpunt. Dus het gaat er slechts om waarop u uw geloof baseert. Als de dokter zegt dat het afgelopen is, en u gelooft dat, dan bezegelt dat het. Dat klopt. Maar als de dokter zegt dat het afgelopen is, en u gelooft hem niet omdat God iets anders heeft gezegd, let op wat dan plaatsvindt. Ziet u? Het is afhankelijk van hoe u zich laat gaan, waar u uw leden aan overgeeft, diens dienstknecht zult u zijn.
9
Nu heb ik niets tegen dokters. Onthoud dat ik dokters geloof… Ik zeg dat omdat mensen vaak rondgaan en zeggen: “Nou, een mens heeft geen dokter nodig.” Ik ben het niet met u eens. Beslist niet, zij zijn Gods werktuigen. Net zoals u uw auto nodig hebt, wat een wetenschappelijke uitvinding is. Dat is juist. Je gaat het leven een stuk beter door met uw dokter, maar de dokter is niet uw genezer. God is uw genezer. Dat klopt. Uw dokter assisteert slechts God. Dat is juist. Maar als de dokter zover gegaan is als hij kan gaan, dan is dat de limiet. En hij kan alleen maar werken aan wat hij kan zien en wat hij kan voelen. Dat is alles waar hij weet van heeft. Maar God heeft de rest onder controle.
10
En de dokter geneest in ieder geval niet. Hij kan uw arm zetten, maar zodra hij het huis uit is, is uw arm nog niet genezen. Hij zet alleen uw arm en laat het genezen aan God over. Begrijpt u? Als u blinde darmontsteking hebt, dan neemt hij de blinde darm eruit en laat het aan God over om hem te genezen, dat is alles. Als een tand wordt uitgetrokken, dan laat hij het aan God over om te genezen. Want medicijnen bouwen geen weefsel op, dat doen ze niet… Alleen leven kan weefsel maken en God is leven. Ze kunnen dus niet genezen, totaal niets. Ze claimen dat ook niet. Ze zetten alleen maar het bot, doen de operatie, en geven medicijnen om het schoon te houden enzovoorts, terwijl God de genezing doet. Dat is het eenvoudigweg. Dus houd uw dokter in ere, als hij een goede dokter is, een Christelijke dokter.
Weet u wat mijn ervaring is op mijn reizen die ik maak? In het algemeen, wanneer ik in klinieken en dergelijke kom waar ik geïnterviewd wordt, dan kom ik meer artsen dan predikers tegen die in Goddelijke genezing geloven. Dat is de waarheid. Ik kom maar zelden een arts tegen die een kwakzalver is. Dat is juist. De meeste zeggen: “Maar natuurlijk broeder Branham, wij beweren geen genezers te zijn. Tjonge, ik heb gevallen meegemaakt waarvan ik wist dat het hopeloos was. En waarvan ik gezien heb dat het gebed de mensen regelrecht terugbracht.” En ze zeiden: “Natuurlijk is dat zo.” Ziet u, ze beweren geen genezers te zijn.
We hebben wel eens een paar bekrompen artsen meegemaakt, en zelfzuchtigen, die denken dat zij het doen, maar die komen hoe dan ook nergens op uit. Let maar op hem, hij zal tamelijk vlug uit beeld verdwijnen. Maar een man die God vertrouwt…
11
Een kleine vriend van mij die altijd een fantastische kleine arts is geweest, hij geloofde in God maar hij nam Hem niet aan. En afgelopen week, of de week daarvoor, werd hij tot Jezus Christus geleid. Hij zei dat zijn zaken en alles al beter waren geworden; en hij had er niets over gezegd. Ik zei: “Wees niet ongerust, het zal goed komen. Begin slechts God te vertrouwen en zie hoe meer succesvol je zult zijn met je patiënten daarginds in het ziekenhuis en dergelijke. Zet God op de eerste plaats. Bid voordat je naar het tehuis gaat, enzovoorts, en ontdek het voor jezelf.
Zo de Here wil zal ik u misschien morgenavond dat artikel voorlezen uit het blad American Medical Associaton, over wat ze zeiden over Goddelijke genezing.
12
Toen Saul gekozen werd, een grote knappe potige knaap, met rechte schouders, oh, groot, met hoofd en schouders boven zijn hele leger uit stekend, toen zeiden ze: “Dat is onze koning.” En waar voerde het hen naar toe? Uiteindelijk naar een teruggevallen toestand. En hun koning viel terug.
Welnu, toen God zag dat hun keuze niet goed was, ging God heen om Zich een koning te kiezen. Zodoende zei Hij tegen Samuël: “Vul de hoorn met olie en ga naar Jesse toe en roep zijn zonen, en dan zal Ik als je daar bent, je vertellen wie Ik uitgekozen heb, wie Ik uitgekozen heb om koning te worden.”
Dus ging hij daarheen. En zowel Jesse als Samuël dachten dat deze geweldig grote fijne knaap, de oudste van hen, uitgekozen zou worden, een grote bonk van een kerel. Hij zei: “Deze zal koning worden.” Zodoende marcheerde hij naar voren met opgeheven hoofd, weet u wel, Net zoals mensen dat overal doen. Dat heeft een psychologisch effect op de mensen.
13
De mensen in de stad hier willen religious worden. Het eerste waar hij achteraan jaagt is om één van de grootste kerken in de stad te vinden, met al de crucifixen die overal rondom hangen, en de grote glas-in-lood ramen, en de pluche kussens, en nog meer van dat; dat is de plaats waar hij denkt God te vinden, omdat het geweldig is. En misschien is hij wel een hoogwaardigheidsbekleder, en misschien gaan de beroemde mensen er naartoe, maar dat betekent niet dat God daar is. Gewoonlijk is Gods keuze een kleine oude zendingsplek ergens op de hoek waar ze de tamboerijn slaan en in hun handen klappen. Soms is dat de plek waar God is. Dat klopt.
Begrijpt u? Maar de menselijke kant, de humanistische geest ziet uit naar dat geweldig schitterende, en springt op alles af wat schittert. Maar alles wat schittert, is nog geen goud. U kunt zich dat wel herinneren.
14
Dat is vandaag in de wereld gebeurd; zij hebben het waarachtige, eenvoudige Evangelie van Jezus Christus afgewezen, en zijn gegaan voor iets geweldig geleerds, opgeleid, slim, schrander, voor iemand die psychologie heeft gestudeerd en zijn graad aan de Universiteit gehaald heeft en van dat soort zaken, weet u. En dan die grote fijne miljoenen dollars kostende kerken…
Ik wil u iets vragen: “Waarom bouwt u kerken van miljoenen dollars en predikt u dat Jezus spoedig terugkomt?” Ik begrijp dat niet, u wel? Ik kan dat niet vatten. Als Jezus gauw terugkeert, waarom maken we daar dan zoveel werk van? Laten we mensen gered krijgen; dat is de hoofdzaak. Jezus zei nooit: “Bouw grote kerken.” Nee, nooit. Hij vertelde ons nooit seminaries te hebben. Ik heb niets tegen kerken, grote kerken; ze zijn in orde. Ik heb niks tegen seminaries; ze zijn in orde. Maar Jezus heeft ons dat nooit opgedragen te doen. Hij zei nooit grote kerken te bouwen of seminaries te hebben. Hij zei nooit om ziekenhuizen of scholen te bouwen; maar ze zijn in orde. Onthoud, ik heb er niets tegen.
15
Maar we hebben het belangrijkste grondbeginsel, dat Hij ons vertelde om te doen, achterwege gelaten en hebben het de tweede plaats gegeven. We hebben grote ziekenhuizen en scholen en grote plaatsen en seminaries gebouwd, en we hebben onze predikers opgeleid om hen dusdanig te maken dat ze met zeer verfijnde, opgezwollen woorden spreken en dat ze psychologie gebruiken en stijf rechtop staan en “Amen” zeggen, zo beleefd als maar kan, en dat allemaal. En wat heeft het ons opgeleverd? Een groot aantal teruggevallen mensen (dat is juist, dat is juist), niets anders dan een groep koude, formele, onverschillige kerken, net zo koud als het vriespunt, geestelijk gesproken.
Ik zeg dit niet voor de grap omdat dit geen plaats is om grappen te maken. Maar ik zeg dit omdat het de waarheid is. Het is waar. En hoe het ons tot een plaats gebracht heeft waar we desondanks de grote dingen willen hebben. Tjonge, ja… Een man heeft een zaak en hij wil met de zakenlieden omgaan… Hij zal naar de grootste kerk in de stad gaan en zijn zitplaats achterin nemen, zijn naam in het boek zetten, en vele keren, net zoals Israël gedaan had toen ze Saul hadden uitgekozen. Een man die met hoofd en schouders overal boven uitsteekt. En op die manier zult u in moeilijkheden gaan komen.
16
Maar God zei tegen Samuël: “Neem een kruik olie en ga daarheen, en dan zal Ik je vertellen wie je moet zalven.”
En zo kwam Jesse naar buiten met zijn oudste zoon, die ongeveer 1.90m of langer was, en hij zei: “Dat is degene die koning zal worden.” En hij liep naar hem toe. Samuël nam de oliekruik en zei: “Zeker is hij het.”
En toen hij voorbijliep, zei God: “Hij is het niet; Ik heb hem geweigerd.” Tjonge.
Hij zei: “Kijk, deze knaap is bijna even groot, we zullen hem naar voren halen. Hij is een grote knap uitziende jongen. Hij zou er goed uitzien met die kroon op zijn hoofd en zijn nieuwe pak aan.” Hoe u eruit ziet voor de mensen, dat is de wijze waarop mensen vandaag hun voorgangers beoordelen. Wat een schande. Juist.
En dus toen hij voorbij liep, nam Samuël zijn kruikje met olie terwijl hij zich opmaakte om het over hem uit te gieten. Hij zei: “Ontvang hem niet; Ik heb hem afgewezen.” Jesse bracht ze één voor één naar buiten, totdat hij bij de zevende aan kwam; dat waren ze. Samuël zei: “Welnu, zijn dat ze allemaal?”
Hij zei: “Dat is alles wat ik heb. Ja, oh, ik heb nog een kleine dwerg daarginds die ergens de schapen aan het hoeden is.”
Samuël zei: “Wel, ga hem halen. We zullen niet gaan aanzitten totdat we hem erbij gehaald hebben.”
Dus gingen ze daar naartoe. En ik kan hen zien, sommigen met een ontmoedigde blik op hun gezicht, terwijl ze dachten: “Nou, die zal zéker geen koning worden.”
En zo denken de mensen tegenwoordig: “Als er iets bestaat zoals Goddelijke genezing, dan zal het niet gebeuren bij zo'n stelletje mensen. Iets wat met de kracht van God van doen heeft zal zeker niet…”
17
Laatst had ik met een vrouw te maken, een verslaggeefster uit Oregon; ze zei: “Als dat iets echts te betekenen had, dan zou het niet onder zo'n ongeletterde stelletje zijn, zoals u onderwijst.”
Ik zei: “Denkt u van niet? Ga dan maar naar uw grote kerk om er te sterven.” Ik zei: “Als je genezen wil worden, dan komt u maar daarheen.”
Zij zei: “Voordat ik ooit hierheen kom en ga brullen zoals die anderen…” Zij zei: “Ik krijg kippenvel op mijn rug als ik hen dat hoor doen.”
Ik zei: “U zult doodvriezen als u ooit naar de hemel zou gaan, omdat u er daar heel van zult gaan horen.” Dat is juist. Ik zei: “Ik zal u iets vertellen, als u niet kunt…”
Net zoals bij Naäman, hij zei: “Zijn de wateren daar in mijn land niet beter dan die oude modderige wateren van de Jordaan.” En hij keerde zich om en begon terug te lopen. Helemaal opgeblazen. Hij wilde zich niet vernederen. En hij zei: “Goed, als u terug wilt gaan met uw melaatsheid, wel ga uw gang.” Dus toen hij uiteindelijk dan toch van zijn hoge paard afkwam, en zich vernederde en zich daar in de modderige wateren dompelde, waarvan God hem had verteld dat te doen, toen kwam hij van zijn melaatsheid af. Dat is juist. U moet op Gods manier komen, niet op uw eigen manier, op Zijn manier.
18
En merk op. Hoe ik David kan zien; hoe hij hier komt aangerend, met een kleine herdersmantel om, misschien wel van schapenvacht gemaakt, een klein meisjesachtig uitziend jongetje. De Bijbel zei dat hij roodharig was, en dat hij niet veel meer was dan een klein ielig uitziend kereltje, hij zag er ietwat verwijfd uit, en dat kleine mannetje kwam daar aanrennen. En de Heilige Geest kwam op de profeet en zei: “Giet de olie uit over zijn hoofd; Ik heb hèm uitgekozen.”
Wat een teleurstelling was het voor al die mensen die daar stonden, die één van deze grote mannen verwacht hadden, deze grote knappe, sterk uitziende kerels, om koning te worden. Maar hij goot de olie uit over Davids hoofd. En vanaf die dag was de Heilige Geest met David. God was met hem. Vervolgens ging hij met blijdschap weer de wildernis in.
19
Ze keerden allemaal weer terug, en de Geest verliet Saul. Hij viel terug en ging zo ver weg van God totdat de Geest hem verlaten had, en een boze geest nam Zijn plaats over, en kwam op Saul. En Saul werd helemaal zwaarmoedig en in een slecht humeur, en hij schopte tegen de dingen om zich heen, helemaal uit zijn doen zoals sommige mensen op maandagochtend wel eens zijn. Dus hij was heel de tijd helemaal uit zijn doen. Wist u dat dit een boze geest is? Dat is echt zo.
De dokters konden hem geen goed doen. Zij hadden een heleboel dokters daarginds, maar ze konden helemaal niets verhelpen, omdat het een geestelijke toestand was. En één van de mannen had wat rondgereisd en had verschillende plaatsen gezien, en hij zei: “Nou, wij weten waar een Goddelijke genezer woont.”
“Oh, wie moet dat dan zijn?”
Hij zei: “Jesse daarginds heeft een zoon, hij…” Ja, hij is een Goddelijke genezer. Zeker was hij dat. Hij genas door muziek. Amen. Dat deed hij. Hij had een gave om boze geesten uit te werpen. De Heilige Geest was in die dagen nog niet gekomen, dus wierp hij hen uit door muziek, door de woorden van de Here te spelen. “De Here is mijn herder; mij ontbreekt niets. Hij doet mij nederliggen in groene weiden; Hij leidt mij aan stille wateren.” En dat verstoorde de boze geesten zodanig dat ze Saul verlieten.
20
Schande voor u mensen, die niet geloven in snarenspel. Geen wonder, boze geesten houden er nooit van. Ze moeten dan weggaan. David wierp duivels uit door het spelen op zijn snaarinstrument. Dat zegt de Schrift. Dat is juist. En als David begon te spelen, dan zou de boze geest Saul verlaten. Is dat juist? De kleine jongen was duidelijk in de wereld voor een doel uitgekozen. Gelooft u dat?
En hij wist dat God met hem was. Zeker wist hij dat. Hij was een eersteklas schutter; hij was een man van het woud. En hij had een kleine slinger, en hij sloeg een leeuw neer… en een beer kwam op een dag voor de dag en greep een schaap en ging er mee vandoor; en David nam zijn slinger, sloeg de leeuw neer en verloste het schaap uit zijn bek. En toen de leeuw weer tot zichzelf kwam en weer opstond, greep David hem bij de baard en doodde hem met zijn jachtmes, en dat maakte een eind aan hem. Daarom wist hij dat God met hem was. Hij doodde ook de beer. Hij wist dus dat God met hem was.
En het volgende wat hij deed was muziek spelen en dat wierp duivels uit. Als dat niet een met de Geest vervuld man is, dan weet ik het ook niet meer. Hij mag dan klein en rossig geweest zijn, maar hij was een met de Geest vervuld man. God was met hem.
21
En het eerstvolgende dat plaatsvond, was het uitbreken van een oorlog, en de Filistijnen kwamen eraan en zeiden: “Zo, we gaan oorlog voeren met Israël.” Saul verzamelde al zijn mannen, en stuurde dat kleine pieterige kereltje weer terug naar de heuvels om op zijn vaders schapen te passen. En vervolgens stuurde hij de grote strijders er op af om strijd te voeren. Hij zei: “Dat ventje kan nog niet vechten. Dus we sturen hem maar terug naar de schapen. We zullen alleen deze grote sterke mannen erop uit sturen om de klus te klaren.”
Daarom zond hij al zijn mannen op pad en gaf hun het zwaard enzovoorts, en hun speren. Ze waren getrainde krijgers. Ze trokken uit met al hun universitaire diploma's op zak om de strijd te voeren. De vijand is altijd daar om hen uit te dagen.
22
Opeens kwam daar een grote knaap aanzetten, Goliath, ruim 2.80m lang, een lange forse knaap. Hij liep naar voren en zei: “Ik zal jullie een voorstel doen. Waarom moeten al deze mannen sterven? Stuur één man hierheen en laat hem met mij vechten. En als hij mij doodt dan zullen wij jullie dienstknechten zijn. Als ik hèm dood, nou dan zijn jullie onze dienstknechten.” Zeker, als de vijand een voorsprong op je heeft, dan houdt hij ervan om te gaan opscheppen en tekeer te gaan. O, dan schept hij behoorlijk op.
Daarom beefden ze allemaal, met al hun diploma's; ze waren bang voor die kerel omdat hij zo groot was. Wel veertig dagen schepte hij op. Is het u ooit opgevallen, dat veertig het getal van verzoeking is? Zeker. Mozes was veertig dagen op de berg, kwam terug en werd verzocht. Jezus ging veertig dagen de wildernis in en werd daar verzocht. Veertig dagen is verzoeking. Het regende veertig dagen enzovoorts, veertig is Gods getal van verzoeking.
23
En vervolgens ging Jesse zijn kleine jongen halen en zei: “David, haal wat brood en gepofte maïs enzovoorts, en ga erheen en kom erachter hoe het met de jongens gaat. En krijg van hen te horen of ze nog steeds correct voor God leven, en kom dan terug.”
David nam, vermoed ik, daarop zijn kleine ezel, zadelt hem, en werpt de gepofte maïs en het brood erop, en ging naar het strijdtoneel. Tegen de tijd dat hij daarginds in de oorlog terechtkwam, die ochtend, stonden ze allemaal buiten, en de legers waren allebei bang. Tjonge, deze kolos Goliath, met zijn zwaarwegende borstschild om, en met zijn geweldig schijnend schild en dergelijke, wandelde die ochtend naar voren en zei met al zijn grote opschepperij: “Ik daag de legers van Israël uit.”
Broeder, toevallig pakte dat die ochtend verkeerd uit voor hem. Daar stond namelijk een kleine jongen, die wist waar hij stond. Amen.
24
Wat we vanavond nodig hebben, is nog iemand, die weet waar hij staat. We hebben mannen en vrouwen nodig vanavond die hun positie in Jezus Christus kennen. En wanneer de duivel enorm begint te bluffen… Natuurlijk gaat hij bluffen. Dat doet hij nog steeds. We hebben nog steeds Goliaths. En we hebben ook nog steeds Davids. Dank God daarvoor.
Hij begon dus op te scheppen, maar dat kwam bij de oren van de verkeerde persoon terecht, dat kleine kereltje die daar rondliep; hij moest naar boven kijken om te zien dat hij ongeveer zo'n een man was. Maar hij wist dat hij door God uitverkoren was en dat hij de zalving op zich had. Hij zou God gaan uittesten en Hij wist wie God was. Hij wist waar hij stond.
Ik wil dat jullie even opmerken hoe prachtig dit is, voor jullie mensen. We zullen nu gaan opschieten omdat ik al ongeveer drie minuten over mijn tijd heen ben.
25
Let op, David werd geroepen door verkiezing. Hij was uitgekozen, geroepen, gezalfd, en geplaatst, begrijpt u? Verkozen door God, geroepen van schaapherder tot koning, gezalfd en in positie geplaatst. Kijk eens naar Abraham, Isaäk, Jacob, Jozef; Abraham - verkiezing; Isaäk - rechtvaardiging; en Jacob - genade; en Jozef - volmaaktheid. Er was niets in te brengen tegen Jozef. In orde, daar bent u er, geroepen. Bent u een David? Geroepen, eerst uitverkoren door God…
Hoeveel Christenen zijn er hier, hef uw handen omhoog. U bent geen Christen door uw verlangen; u bent een Christen door Gods verlangen. Amen. “Niemand kan komen, tenzij Mijn Vader hem eerst trekt.” U werd door God uitgekozen van voor de grondlegging van de wereld om een Christen te zijn. Dat is de Schrift. Jezus zei: “Geen mens kan komen tenzij Mijn Vader hem roept.”
Allereerst werd u uitgekozen, geroepen. Toen, zodra God u uitkoos, riep Hij u, en u gaf acht op Zijn roep. Vervolgens stortte Hij de zalfolie op u uit, de Heilige Geest. Toen de oliekruik… Wat representeert de olie in de Bijbel? De Heilige Geest. Toen hij de olie over hem uit goot, doopte hij hem met de Heilige Geest, op symbolische wijze. Amen. Ik hoop dat u dat vat. Dat kwam net vers binnen. Hij goot de olie op hem uit, het liep helemaal over hem uit, een hele hoorn vol (Amen), niet slechts een beetje. En dat is de manier hoe God de heilige Geest op een mens uitgiet, niet spaarzaam, hij doopt hem erin, en zalft hem met de Geest.
Merk op dat toen die zalving hem trof, hij positioneel geplaatst werd als koning. Amen. U bent positioneel in Christus geplaatst als koningen en priesters. Klopt dat? Het moment dat u de Heilige Geest ontvangt, plaatst God u in het Koninkrijk als een erfgenaam. Wat een prachtig beeld. Alstublieft.
26
Abraham: verkiezing, Izaäk: rechtvaardiging, hij die gekomen is zal door geloof gerechtvaardigd zijn. Jacob: genade, niets wat u gedaan hebt, maar door Gods genade. En Jozef: volmaaktheid, geplaatst. Amen. David, verkozen, geroepen, gezalfd, en geplaatst. U bent gekozen, geroepen, gezalfd, en geplaatst in het lichaam van Jezus Christus. Want door één Geest zijn we allen positioneel geplaatst in het lichaam van Christus. Hebt u het ooit uitgeprobeerd?
Elke man of vrouw hierbinnen die een Christen is, weet dat Iets al heel uw leven op u is. Toen u een kind was, verlangde u ernaar God te dienen. Iets klopte er aan uw hart; het was Gods uitverkiezing.
27
David, voordat ooit iets plaatsvond, voordat hij ooit de zalfolie op hem kreeg, of iets, wist hij dat God met hem was. Hij doodde een beer; hij doodde een leeuw met die slinger, en hij wist dat dit buitengewoon was voor een gewone man om dat te doen. Hij wist wat hij kon doen. Hij wist dat God met hem was, omdat zijn hele hart uitging naar God.
Hij zei in de 47e Psalm, meen ik, of daar ergens: “Zoals het hert verlangt naar de waterstromen, zó dorst mijn ziel naar u, oh God.” Geen wonder dat hij de boze geesten met zijn muziek kon wegspelen; hij bezat iets om over te spelen. En het kwam vanuit zijn hart. En de duivel wist dat dit uit zijn hart kwam. En hij wist dat David door God was uitgekozen. Daar was hij dan, uitverkoren, geroepen, gezalfd, en positioneel reeds koning. Amen.
28
Laat me dit even terzijde zeggen. Denk niet dat ik opgewonden ben; dat is niet zo. Kijk, laat me dit even terzijde zeggen… Hoevelen hier zijn gerechtvaardigd door geloof, geloven in de Here Jezus Christus? Iedereen die de hand opgestoken heeft, is gerechtvaardigd door geloof? Is dat juist? De Schrift zegt: “Wie Hij geroepen heeft, heeft Hij gerechtvaardigd; en wie Hij gerechtvaardigd heeft, heeft Hij verheerlijkt.” Amen. In de tegenwoordigheid van de almachtige God is uw naam onuitwisbaar geschreven met het bloed van Jezus Christus, verheerlijkt in Zijn tegenwoordigheid, positioneel geplaatst hier op aarde voor een doel, om de wil van God te doen. Ziet u uw positie, Christen?
29
O, tjonge! Die mannen daarginds konden het niet begrijpen, maar David had de zalfolie op hem. Hij wist waar hij stond. Oude Goliath stond daar buiten en hij zei: “Kijk nu eens, laten we onderhandelen. Het is niet nodig dat Gods legers verslagen worden.” Kijk nou die kerel eens aan die daar buiten staat op te scheppen.
“Tja, we weten dat God het ooit eens gedaan heeft, maar de dagen van wonderen zijn voorbij.” Maar niet voor David, hij was gezalfd. Hij kende zijn positie.
30
U zegt: “Broeder Branham, kan ik Christus nu als mijn Genezer aanvaarden?” Zeker. “En wat als ik binnen vijf minuten niet beter ben?” U bent hoe dan ook genezen.
Als u het gelooft, dan zou u die vraag niet aan mij stellen, als u het zou geloven. Er komt geen vraag meer bij u op wanneer u het werkelijk gelooft. U trekt het niet in twijfel; u gelooft het. Andere mensen mogen het in twijfel trekken, maar u niet.
Als u tegen me zegt: “Broeder Branham, geef mij een eikenboom.” U komt helemaal uit het zuidelijke deel van Indiana waar ze de grote witte eik hebben en dergelijke. “Geef mij een eikenboom.” Dan geef ik u een eikel. U hebt dan potentieel een eikenboom. Het is in zaadvorm; maar het is een eikenboom; u hebt hem in een eikel.
Wanneer we Gods Woord nemen, dan hebben we het in zaadvorm. Wanneer we Goddelijke genezing door Gods Woord kunnen aanvaarden, dan zet dat het vast. Amen. Het zal groeien.
Neem die eikel en begraaf hem in de grond, en blijf er verder vanaf, en let op haar na een poosje, en kijk dan wat er gebeurd is. Uw eikenboom komt regelrecht omhoog. Omdat het leven in het zaad zit, en Gods Woord is een Zaad, en het is levend. Als u het maar eenvoudigweg kunt aannemen, neem het uit die Bijbel en zeg: “Het is van mij,” (amen), dan krijgt u iets. Dat is juist. Al de demonen zouden u er niet van weg kunnen houden. Ongeacht wat iemand erover zegt, u zou het niet geloven, omdat u weet waar u staat.
31
David zei: “Jullie menen mij te kunnen vertellen dat jullie die onbesneden Filistijn daar laten staan om de legers van de levende God te tarten? Tjonge, daar zal ik nooit mee instemmen.”
Daarom zei zijn broer: “Ik ken je ondeugende hart; je bent gekomen om de strijd te kunnen bekijken,” en dergelijke.
Daarna kwam hij bij Saul. Saul had gezegd: “Breng de knaap hierheen. Laat me eens zien hoe hij eruit ziet.” Men bracht hem er naartoe, het kleine mannetje. Saul zei: “Jij kunt die man niet verslaan. Zeg eens, hij kan je misschien wel met één hand optillen en je zo vasthouden.”
David zei: “Maar luister eens, Saul, ik vertrouw de Here. En ik weet zelfs hoe ik een hele tijd geleden mijn slinger nam, en ik een leeuw doodde, en ik een beer doodde. En ik greep het lam regelrecht uit zijn bek. Toen hij weer opstond, doodde ik hem, ik sloeg hem dood.” Hij zei: “En hoeveel te meer zal Hij die onbesneden Filistijn niet in mijn hand geven?”
32
Halleluja! Alstublieft. Hij wist waar hij stond. Hij was een man van geloof. Hij geloofde God. God was in hem. Hij wist dat hij gezalfd was. En jullie weten hetzelfde, als jullie Christenen zijn. Als God u niet had uitgekozen om een Christen te zijn, dan zou u geen Christen zijn. Het is Gods keuze, niet de uwe. Geen mens zoekt God. Geen mens zoekt God op enig ogenblik. U hebt God niet gezocht, maar God heeft u gezocht. U riep niet om God; het was God die om u riep.
Als God u dan roept, toont dat aan, dat Hij u uitkoos. U nam de roep aan, dat was rechtvaardiging. Vervolgens gaf u uw hart aan Christus, en werd u gevuld met de Heilige Geest. En nu bent u positioneel geplaatst in het lichaam van Christus. Als het maakte dat u ophield met uw oude gemene gewoontes en u handelt zoals een Christen behoort te doen, als het dat voor u doet, dan zal het uw lichaam genezen, omdat het een belofte is. Amen. Alstublieft.
33
Merk op, David wist waar hij stond en zei: “Ja meneer.” Hij wist dat God met hem was. Daarom zei hij: “Ik zal met de Filistijn strijden.”
Dus zo gaat het bij elke andere jongen. Zodra hij een roeping krijgt voor de bediening, moeten ze hem onmiddellijk naar het seminarie sturen. Begrijpt u? En zo namen ze Saul ook, en hij zei: “Wacht even, je moet strijden op de manier zoals wij het hier willen. Allereerst moeten we je een helm opzetten.” Ik kan me dat kleine hoofd van David voorstellen, met die grote helm die over zijn hoofd gleed. Waarschijnlijk moest hij zijn hoofd zó houden om iets te kunnen zien. Zijn ogen kwamen boven zijn oren uit. En ook zijn grote baret paste hem niet.
Dus toen zei Saul: “Doe mijn wapenrusting aan.” Stelt u zich eens een man voor van ongeveer 2.10 meter, en vergelijk dat met een kleine man van waarschijnlijk ongeveer 1.60 meter, met zijn uitgezakte wapenuitrusting aan, wat er uitzag alsof hij een [te ruim zittend] hemd aan had. Kun je het je voorstellen? En dan nog met zijn grote schild en zwaard dat aan zijn zijde hangt.
34
David werd dus op die wijze aangekleed, met al die seminarie-ervaring. Hij zei: “Zeg, ik weet niets over dit spul. Ik weet niet hoe ik theologie moet prediken en al die andere zaken waar jullie over praten, en al deze fijne rozekrans-gebeden.” Hij zei: “Laat mij gaan met hetzelfde vertrouwen, met dezelfde God die de leeuw aan mij uitleverde.”
Dat hebben we vanavond nodig, broeders. Ik heb niets tegen seminaries, en tegen Bijbelscholen, en opleiding en dergelijke. Maar wanneer God je geroepen heeft, ga! Als iemand erover spreekt om vijftien jaar lang te oefenen om zendeling te worden en hem dan pas naar Afrika te sturen. Onzin. Als God je roept, ga je… Dat is alles.
De discipelen wachtten niet op een opleiding; en niemand van de overigen, die ooit iets ondernamen, heeft daar ooit op gewacht. God roept u, dan staat Hij gereed voor u; kom dan in beweging. Het eerste wat gebeurt, is dat u zo geïndoctrineerd wordt; dat het deeltje van God dat in u is er uitgenomen wordt.
35
David wist niet hoe hij met dat soort kleren aan moest vechten. Het lijkt op iemand die probeert te prediken: Hoe kan hij prediken als hij een hele stapel moet vasthouden om dan zo snel mogelijk moet te lezen, en dan telkens naar de microfoon moet kijken, en zo snel mogelijk moet voorlezen. Dat lukt u niet; ook mij lukt dat niet. Het beste wat u kunt doen is om daar naartoe te gaan en te zeggen: “Here, hier ben ik. Wat U mij vertellen wil, vertel het mij. Dan zal ik het hun vertellen.” Amen. Wacht niet met te zeggen: “Nou ik wacht totdat meneer Jones aan mijn zijde hier weg is, en dan zal ik het geloven, en dan zal ik pas 'Amen' zeggen.” Zeg hoe dan ook 'Amen', als God zei het te doen. Dat is juist.
“Wel, ik ken mevrouw Susie die daar zit; ze woont naast mij.” Leef correct. Leef juist. U bent toch niet beschaamd over uw leven, of wel? Als dat zo is, dan hebt u een bekering nodig. Dat is juist. Mevrouw Susie zou van u verwachten dat u 'Amen' zegt, en ze verwacht van u dat u God gelooft, en verwacht van u dat u voortbrengt waar u over praat. Oei! Dat schroeit, nietwaar? Maar het is goed voor u. Dat is juist.
36
David wist waar hij stond. Hij zei: “Ja, meneer, God zal die onbesneden Filistijn aan mij uitleveren.” Daarom zei hij: “Neem dit spul van mij af.” En Saul kwam erachter dat zijn kerkelijk vest een man van God niet paste. Dat is juist.
David zei: “Ik vertrouw op deze kleine oude slinger, dus zal ik er regelrecht bij blijven.”
Ik vertel u; het was de Heilige Geest die mij gered heeft, het maakt mij niet uit wat er gebeurt. Ik heb een man gekend die de Heilige Geest ontvangen had, die het veld in ging alleen om populair te worden en het vervolgens te ontkennen. Ik ken vrouwen en mannen die de Heilige Geest op de ouderwetse manier ontvingen en het veld ingingen en vanwege een beetje populariteit ontkenden ze alles. O God, heb genade.
Het is de doop van de Heilige Geest die me zover gebracht heeft; het is de doop van de Heilige Geest die me verder brengt. Dat is alles. Jazeker. Als het goed voor mij was destijds, dan is het ook precies nu goed voor mij, en dan zal het dat ook zijn in het uur van mijn dood, altijd hetzelfde. Als het voor u destijds goed was, dan is het nu goed voor u, en dan zal het goed voor u zijn wanneer u sterft. Amen. Denk eraan!
37
Hier zijn we dan. David zei: “Zeker, ik weet hoe ik deze slinger kan vertrouwen.” Daarom gaat hij naar buiten en maakt zich gereed om te vechten. Ik kan me voorstellen dat Saul zei: “Welnu, als dat mannetje geweigerd heeft om naar mijn instructies te luisteren over hoe hij moet vechten, en mijn gave om mannen te trainen veronachtzaamt, over welke wapens ze nodig hebben, voordat ze een zendeling en dergelijke kunnen worden…” Hij zei: “Ik vraag me af wat ter wereld deze jongen gaat uitvoeren?”
Ik zie David daar buiten rondkijken, terwijl hij een paar stenen opraapt. Kunt u het zich voorstellen, een boerenjochie die wat stenen oppikt en zijn kleine oude slinger te voorschijn haalt en hem op die manier los wikkelt. Hij zei: “Ik vraag me af wat hij daarmee gaat doen?”
Hij raapt vijf kleine stenen voor zich op, vijf steentjes. En hij stopt ze in zijn kleine zak aan zijn zij. Wat eigenlijk volgens de Schrift een herderstas was.
Weet u wat men in zo'n herderstas meedraagt? Zoals ik al vaker gezegd heb. Gewoonlijk droegen schaapherders honing in de herderstas. Als dan één van hun schapen ziek werd, dan kreeg deze een beetje van deze honing die op een rots werd gesmeerd. Het werd gesmolten en zo op de rots uitgegoten. En hier kwam dan het schaap aanzetten, en hij hield van dat zoete spul; en hij begon dan aan deze kalkstenen rots te likken; en als hij dan alle honing afgelikt had dan had hij ook kalksteen binnen gekregen; en dit genas het zieke schaap.
Dus ik heb nu een hele herderstas vol met honing hier, en ik zal het op de Rots aanbrengen, Christus Jezus; en jullie, zieke schapen, moeten er meteen aan gaan likken; en u zult ontdekken dat er enige genezing plaatsvindt. Dat is juist. En we plaatsen het niet op enige kerk of enige denominatie; we zullen het plaatsen waar het behoort, op Jezus Christus, de Rots, waar alle genezing thuishoort, op de Rots, Christus Jezus.
38
Dus hij had een kleine herderstas. En niet alleen dat, maar echt waar, in één vak van de herderstas draagt men het geld mee. Het woord 'scrip' [van het Engelse 'scrip bag' = 'herderstas'] betekent 'geld'. Hij droeg dus geld daarin mee. Wat betekent dat? Het geld is koopkracht.
Hier is Gods herderstas. Elke reiziger, of herder destijds, had een herderstas. Dus als u iets daarvan nodig hebt, iets van die koopkracht wilt hebben, als u ziek bent, reik dan diep en laten we eens bezien wat ik in de herderstas heb zitten. “Ik ben de Here die u geneest.” In orde, pak dat eruit. Het is een volmacht om te kopen. “Wat u ook maar gelooft wanneer u bidt, geloof dat u ontvangt waar u om gevraagd hebt.” Als u het nodig hebt, bidt erom en geloof dat u het krijgt; dan zult u het hebben. Dat zit er in de Herderstas. Geen wonder dat hij de stenen daarin gestopt had, een goede plaats voor de stenen, nietwaar?
Die stenen, kleine stenen… Wij zijn stenen die in de herderstas in de honing gelegd zijn, omgord met geld. Tjonge zeg. En de Herder, Christus Jezus, Die nooit één strijd verloren heeft, de Herder van de schapen, draagt vanavond de gemeente in Zijn eigen heerlijke bescherming. Amen.
39
Hij nam vijf stenen… Waar is vijf een representatie van? Vijf stenen, één ervan was een J, een volgende een E, en een Z, U, S, Jezus, vijf stenen… En jullie zijn stenen binnen deze Steen Christus Jezus.
En hij stopte hen in zijn herderstas zodat ze helemaal overdekt zouden worden met honing, en niet alleen dat, maar dat ze ook met kracht van boven begiftigd zouden worden. Wanneer God ooit de Gemeente bijeen kan krijgen in eensgezindheid, zodat Hij hen kan aandoen met Kracht uit den Hoge… Kracht, waarvoor? Om Zijn Woord te geloven, om het te laten geschieden.
En hier was hij dan met al die kleine honingballen in zijn herderstas, met al deze honing en al dit geld erin. David legde de stenen erin en keek rond om te zien waar Goliath stond. Elk van jullie is vanavond een David
40
Toen David naar Goliath toe ging, keek Goliath hem aan en hij lachte, en zei: “Ben ik soms een hond dat je me op die manier tegemoet treedt, klein onbeduidend rossig kereltje?” Hij was een beetje rossig.
Weet u hoe Saul hem noemde? Hij had gezegd: “Wie is die melkmuil daar?” Dat had Saul gezegd. “Wie is die melkmuil daar?” Hij leek gewoon op een jochie, een klein zacht kereltje, misschien wel met gebogen schouders, en hier kwam hij eraan met deze kleine slinger, maar hij kende God; dat is de hoofdzaak. Hij was een gelovige. Hij was uitgekozen. Hij was geroepen. Hij was gezalfd, en hij was geplaatst. Halleluja! Het maakt niet uit of je alleen maar een…
41
U zegt: “Is dat mogelijk…, ”Broeder Branham, ik ben niet geroepen om een prediker te zijn.“ Het is mogelijk dat u geroepen bent om een huisvrouw te zijn, maar u hebt uw positie in Christus Jezus door de Heilige Geest. Amen. U bent evenveel David als ieder ander.
42
De strijd begon; de Filistijnen staan daar. Goliath heeft zijn uitdaging gedaan. Zie hem naar voren komen. Hier komt David aanzetten. Hij daalt af en ziet alles aan, en bekijkt Goliath van top tot teen. Maar achter Goliath zag hij de overwinning, omdat hij op God vertrouwde. Hij dacht: “Hoeveel gevaarlijker was die leeuw ten opzichte van Goliath. Dat was een wild beest. Ik vertrouwde God om mijn schot regelrecht naar de kop van dat beest te leiden. En ik kan God vertrouwen om dit schot hier te leiden. Want ik doodde de leeuw om een schaap te redden. Dat is juist. God liet me het schaap redden, omdat ik geloof had dat Hij dat schaap zou verlossen.”
God geve ons enkele Davids omwille van de schapen. Juist. Hij zei: “Als Hij dan om Zijn schapen geeft, hoeveel te meer geeft Hij om het hele leger van de levende God. En ik zal die arrogante opschepper niet naar voren laten komen door te zeggen: ”Goddelijke genezing is voorbij. Ik zal waar dan ook met jou debatteren.“ O, tjonge. Je zult één dezer dagen een David tegenkomen. In orde.
43
Hij [Goliath] haastte zich naar voren, en spotte met hem en vervloekte hem in de naam van zijn goden en zei: “Ik zal vandaag je vlees aan de vogels voeren en aan de beesten van het veld.”
David zei: “Jij komt me tegemoet als een Filistijn in de naam van een Filistijn, met een wapenuitrusting, en een speer, en met al je psychologie, en theologie, en al het andere dat je bij je hebt.” Maar zei hij: “Ik treed je maar met één ding tegemoet, namelijk in de Naam van de Here God van Israël.” Halleluja. “Niet ik, maar Hij zal deze dag jouw hoofd aan mij geven.” Amen. “En ik zal jouw lichaam, en dat van al jullie Filistijnen, op het veld voor de wilde dieren neerwerpen en voor de vogels om op te pikken.”
44
Hij wist waar hij stond. Halleluja. Elke David die hier vanavond zit, u bent geplaatst in Christus. God heeft het bevestigd. Verkiezing, roeping, zalving, plaatsing. Hij verkoos u en riep u. Hij verkoos u en riep u. Vervolgens zalfde Hij u met de Heilige Geest, en nu heeft Hij u, elk van deze Davids, in het lichaam van Christus geplaatst.
Waar is de Goliath? “Wie is de Goliath, broeder Branham?” Die kanker die u aan het verteren is (Dat is juist,), die tumor die boven u hangt, die staar op uw ogen, die kreupele arm. Alles wat er naar kijkt, zegt: “Het kan niet gebeuren.” De duivel zegt: “Je kunt maar beter ophouden met geloven. Je kunt je er maar beter bij neerleggen, want je kunt nooit meer beter worden. Je dokter zei het; al de anderen zeiden het ook. Je kunt niet beter worden.”
Maar de Christus die u liet stoppen met drinken, roken, liegen, stelen, die u gered heeft van een leven van dronkenschap, van brassen, van zonde en een duivels graf, als God dat voor u kan doen, dan kan Hij u ook verlossen van TB en van uw kanker. Hij is een Goliath; neem zijn gebluf niet. Sta in de Naam van de Here Jezus en daag hem uit voor een krachtmeting.
Amen. Halleluja. Ik voel me religieus. Positioneel in Christus. Als de gelovige zijn positie herkende, dan zou hij het hebben. Gods grote Geest is hier, en Zijn Heilige Geest is gereed te vallen op een ieder die het geloven wil. Gelooft u het? Amen. God heeft het beloofd. God zal het doen. U bent in Christus.
45
Goliath bluft. Goliath zegt: “Zie je wel, je was hier gisteravond ook en je werd niet genezen. Je was bij die andere samenkomst en werd niet genezen.”
Wie is die onbesneden duivel? Wie is die duivel die totaal geen relatie met God heeft? Wie is die duivel die niets anders dan een verslagen zaak achter zich heeft staan? Zijn meester werd op Calvarie verslagen door onze Here en onze Overwinnaar. Halleluja. Hij is een bluffer. Niets meer. We gaan hem niet meer geloven. Weg met hem!
Jezus Christus beroofde Satan van alles wat hij had. Hij overwon overheden en machten en heerschappijen. Zijn heerschappij regeert over de hemel en de aarde en wij zijn de onderdanen van Zijn domein. Halleluja. Dat zet hem precies op de plek waar hij thuishoort. De duivel daar beneden en Christus als de Overwinnaar. Jullie zijn Davids. Jullie zijn geroepen, verkozen, gezalfd, positioneel geplaatst in het lichaam van Jezus Christus door de doop van de Heilige Geest. Goliath, je bent verslagen. Amen. Hij is vanavond verslagen. Halleluja. Zullen we bidden.
46
Hemelse Vader, ik voel die Geest bewegen, O Here, het lijkt alsof je in de lucht zou kunnen lopen alsof te voelen is hoe Uw Geest de toehoorders zalft. Wat houden we van U, wat prijzen we U. Glorie voor Uw Naam.
Ik bid, hemelse Vader, dat U vanavond deze toehoorders met zo'n kracht zalft zoals ze nog nooit eerder in dit gebouw of ooit in hun leven gevoeld hebben.
En moge elk van deze kinderen, net zoals David geroepen worden. Vader, zij moeten geroepen worden. Uw geliefde Zoon, de Here Jezus zei: “Niemand kan tot Mij komen, tenzij Mijn Vader hem roept.” En God zei dat Hij hen geroepen heeft omdat Hij hen zo verkozen heeft. Dan zijn we verkozen. Dan zijn ze geroepen. En zij hebben aan de roep beantwoord. En U hebt de zalving van de Heilige Geest over hen uitgegoten en hebt hen positioneel in het lichaam van Christus gedoopt. Zij zijn de kleine stenen in de grote Steen. Halleluja.
47
Dan staat de duivel daar en probeert hen te overbluffen… Wel, Here God, neem de leiding over hun geest vanavond, en mogen we elke Filistijn aan de muur nagelen. Halleluja! Moge Jezus Christus de geweldige maagdelijk geboren Zoon van God, de grote voornaamste David, vanavond met Zijn kracht komen en elk ongeloof wegsnijden, de zonde en de duisternis boven de mensen weghakken. Moge dat grote Heilige Geest-Licht dit gebouw met Zijn Tegenwoordigheid overstromen. Moge dit een avond zijn die we nooit eerder meegemaakt hebben.
Sta het toe, Almachtige God, voor Uw heerlijkheid, in de Naam van Uw Zoon, voor Zijn glorie, en Uw glorie, de glorie van de hemel en van al de heilige engelen. En dan Vader, mogen ze vervolgens genezen worden om Jezus wil. Amen.
48
Weet u wat David deed nadat hij het hoofd van Goliath eraf gehakt had? Hij tilde dat hoofd omhoog, plaatste zijn voet op zijn dode lichaam en hield het hoofd omhoog als een getuigenis voor de overigen van hen. “Kijk wat u doen kunt,” zei hij. Dat is juist. Heb geloof in God.
En onlangs 's avonds, toen die arme kleine vrouw van de Mayo broeders, die waarschijnlijk hier weer aanwezig is… Ze hadden alles gedaan wat ze maar konden doen, ze konden nog niet eens ontdekken wat er met haar aan de hand was. Ze kwamen hierheen. De duivel zei: “Ik heb je te pakken.” Maar geloof komt door het horen, het horen van het Woord. Zij geloofde God. Ze hakte de kop van die duivel eraf, hing het voor jullie op, en ze zei: “Kijk, ik was op die brancard opgesloten, en hier ben ik dan nu, ik ben zo blij, dat ik er niet eens van kan slapen.” Dat is juist.
49
Wat met de duizenden overal in het land dezer dagen? Ik kreeg van sommigen van jullie die hier zitten jullie brieven over dat jullie blind waren en bedlegerig. Toen ik hier laatst was, liepen jullie met het zwaard van geloof naar binnen, en hakten jullie de kop van die Goliath eraf, die jullie vanavond omhoog houden als een getuigenis.
Wat zag de rest van het leger? Toen ze zagen dat het kon worden gedaan, zeiden ze: “Wij kunnen het ook, want wij zijn ook Israëlieten.” En jullie zijn allemaal Gods kinderen, en hebben recht op de zegen. “Trek het zwaard nu; laten we voorwaarts gaan en deze Goliaths hieruit slaan.” Zij strooiden hun dode lichamen uit over de valleien, en over de heuvels, en bij de poorten. Zeker. U kunt het ook doen. Het is van u. Het is voor u. Het is voor allen; het is voor elke gelovige.
50
Verlaat dit gebouw vanavond niet zonder dat de Heilige Geest die oude blinde ketting die hier is, heeft weggehakt. Gooi dat ding weg. Zeg: “ik geloof God,” en loop hier vandaan als een man, of een vrouw, een kind van God met de overwinning en de Morgenster die u leidt, terwijl u naar de heerlijkheid voort marcheert. Zeker.
De duivel kwam omhoog en zei: “Nou, ik dacht dat ik je had.”
Zeg: “Ik zei je toch van niet.” Wandel regelrecht door. Dat is het. Kom bij de volgende samenkomst terug, schudt aan die oude kop van die oude duivel die je gebonden had, en zeg: “Kijk hierheen. Herinner je mij nog? Ik was die persoon die daarginds was. Ik was die persoon die hier zat en waarvan de dokter had gezegd dat ik niet meer dan een paar dagen nog te leven had. Hier vanavond ben ik er nog steeds.” Halleluja!
Vervolgens zegt dan iemand: “Weet je, als zij het kan, dan kan ik het ook; dus ik zal Hem vertrouwen.” Amen. U weet niet wat er aan de hand is vanavond. O hoe de Heilige Geest er van houdt om in een groep mensen als deze te komen. Als u zich slechts realiseren kon waar u bent terechtgekomen. Alleen maar te realiseren… Niet in dit gebouw, u bent in Christus. Positioneel is alles van u, alles is het uwe; het behoort u toe. Gelooft u nu? Laten we onze handen opheffen bij het zingen van een koor terwijl de broeder de toon aangeeft op het orgel. Niet van: “Here, ik geloof,” maar: “Precies nu geloof ik.” Iedereen met hun handen omhoog. Geef ons een… Iedereen nu. In orde.
Ik geloof nu, ik geloof nu,
Alles is mogelijk, ik geloof nu;
Ik geloof nu, ik geloof nu
Alles is mogelijk, ik geloof nu.
51
O wat heerlijk. Als we zouden zeggen: “Zend het gehoor weg, en schud elkaar de hand en we naar huis zouden gaan,” dan geloof ik dat er vele vele genezingen zich hier vanavond hebben voorgedaan. Zeker, dat geloof ik met heel mijn hart.
Als iemand toevallig hier voor de eerste keer is, misschien zwak in geloof, of hij begrijpt het niet, dan zullen we een gebedsrij oproepen en voor sommige mensen bidden zodat u het kunt begrijpen. Wat had Jezus destijds gezegd? Welke belofte heeft Hij gegeven? Dezelfde als Hij David gaf. Hij zei: “De dingen die Ik doe, zult gij ook doen.” Hij zei: “Ik doe niets tenzij Ik het de Vader eerst zie doen. Wat de Vader mij toont, dat doe Ik.”
52
De vrouw liep naar Hem toe, en begon met Hem te praten. Nadat Hij een poosje met haar gesproken had, ontdekte Hij haar probleem en zei: “Ga je man halen.”
Zij zei: “Ik heb er geen.”
Hij zei: “Dat is juist; u hebt er vijf.”
Zij zei [daarop]: “U bent een profeet, en ik weet wanneer de Messias komt, Hij dat zal doen. Dat is het teken van de Messias.”
Hij zei: “Ik ben het die met u spreekt…”
53
Die kleine Filippus van ouds ging op stap en hij was nog maar pas gered, en hij had de beste tijd. Het Koninkrijk van God was in zijn hart; hij verheugde zich. Hij ging op zoek naar zijn vriend. Hij keek overal rond; hij ging naar het landsdeel waar hij vandaan kwam. Hij vond Nathanaël in gebed onder de boom, onder de vijgenboom was hij aan het bidden, misschien ergens achter zijn huis. Misschien zei de vrouw van Nathanaël, toen hij haar ontmoette, zoiets van… of Filippus zei: “Waar is Nathanaël?”
Zij zei: “Hij wandelde een tijdje geleden de vijgenboomgaard in.”
Hier kwam Filippus al aan wandelen, uitkijkend naar Nathanaël. En Nathanaël was daarginds onder de boom aan het bidden. Hij hoorde hem aankomen, stond op en zei: “Hé, hallo Filippus, waar ben jij geweest?”
Hij zei: “O kom eens hier; ik wil je iets vertellen.” Hij zei: “Ik heb iemand gevonden.” Hij zei: “Je weet toch wat de Schrift zegt wat in deze dagen zou gebeuren? Jezus van Nazareth, de zoon van Jozef is daar, en tekenen en wonderen zijn met Hem, en wij weten dat Hij van God komt.”
Hij zei: “Wat zei je nou waar Hij vandaan kwam?”
Hij zei: “Nazareth.”
Hij zei: “Nou, kan er iets goeds uit Nazareth komen?”
Hij zei: “Kom, ga met me mee. Vraag niet door. Kom en ga het uitzoeken.” Je denkt dat zien geloven is.
54
Dus loopt hij met hem mee, hier gingen Filippus en Natanaël op pad, en toen ze zich onder de toehoorders mengden, stond Jezus er ongeveer zó bij. Na een poosje keek Jezus rond over het gehoor heen; Hij zag Filippus en Nathanaël vol van nieuwsgierigheid daar staan, weet u, en Hij dacht… Weet u, misschien zagen ze Hem iemand genezen, en hij zei: “Weet je, ik geloof daar wel een beetje in.” Misschien kwam er een vrouw naar voren en had Hij gezegd: “Dame, u bent behept met bepaalde ziektes, en als u kunt geloven.” In orde, zij accepteert het.
Nu kan ik Nathanaël horen zeggen: “Wat denk je daar nou van? Wacht even. Ik wed dat Hij niks over mij af weet.”
En Hij keek rond en zei: “Kijk, een Israëliet in wie geen bedrog is.”
Hij zei: “Hoe kent u mij, rabbi?”
“O,” zei Hij: “Voordat Filippus u riep, was u onder de boom.”
Hij zei: “U bent de Zoon van God. U bent de Koning van Israël.”
55
Hier komt Simon aanzetten, weet u; Hij zei: “U bent Simon, de zoon van Bar Jonas, of van Jonas.” Hij zei: “Maar van nu af aan zul je Cefas genoemd worden,” of Petrus bedoel ik. Hij zei: “Maar je zult Petrus genoemd worden, wat 'kleine steen' betekent.” Begrijpt u?
Hoe kende Hij hem? Wat wist Hij van zijn naam af? Hij kende zijn naam; Hij wist waar hij vandaan kwam. Vervolgens liep hij aan een groot aantal kreupelen voorbij. En Hij liep naar een man toe die op een draagbaar lag, en genas hem, (in Johannes 5), en liet al die kreupelen daar liggen.
Nou, dat was wel verdacht. De Joden zagen dat deze man zijn bed opnam op de Sabbat, waarop ze Jezus hierover vragen stelden. Maar Hij zei: “Voorwaar, voorwaar, zeg Ik u, de Zoon kan niets doen in Zichzelf, maar wat Hij de Vader ziet doen: wat de Vader doet, toont Hij aan de Zoon, en de Zoon doet dat dan gelijkerwijze. De Vader werkt, en de Zoon werkt ook.” Begrijpt u? Hij zei: “Ik doe niets van Mijzelf. Ik kan niets doen, alleen wat Ik de Vader zie doen, dat doe ik op gelijke wijze.”
56
Welnu, dat was Jezus gisteren. Dat is Jezus vandaag. Dat is de God van David, want Hij was de Wortel en Oorsprong van David. Klopt dat? Hij is de Morgenster. Is dat juist? Hij was de A en de Z; dat betekent de Alfa en Omega in het Griekse alfabet, van A tot Z, Alfa, Omega, het Begin en het Einde, Hij Die was, Die nu is, en zal komen, de Wortel, de Oorsprong van David. O tjonge! De Wondervolle, Raadsman, Machtig God, Vredevorst, Eeuwige Vader, alles woont in Hem. Zoals broeder Ekberg zei: “Al Gods volheid woont in Hem,” dat is juist, in zijn lied: “Down from His Glory.”
We gaan broeder Ekberg missen. God zegene zijn hart. Ik hou van hem. Zijn zingen doet iets aan de samenkomst. Ik weet dat hij een rechtschapen man is. God wees met hem, is mijn gebed, totdat we elkaar weer ontmoeten.
57
Welnu, ik weet niet of Billy ze heeft uitgedeeld… Heb je de gebedskaarten uitgedeeld? Waar waren we…? De B's. In orde. Welke nummers…? Van 1 tot 100? Laten we dan met de eerste beginnen… bij nummer 1. B1. Wie heeft… Gisteravond hadden we een gebedsrij voor de toehoorders zonder dat iemand naar het podium kwam. En vanavond proberen we sommigen naar voren te krijgen, wees maar niet… Wie heeft B1, hef uw hand omhoog. Gebedskaart B1? [leeg gedeelte op de band -Uitg.]
58
Herinnert u het zich van de getuigenissen? Éen ervan was om uw hand op de mensen te leggen. Ik voel de Tegenwoordigheid niet, maar misschien kan ik deze andere manier ontdekken, en vervolgens kan ik even daarna met de dame praten over iets. Als er een ziekte aanwezig is, dan zal ik bij machte zijn het te weten, zo niet, dan weet ik het niet. Wilt u in gebed zijn?
Hoe gaat het met u, dame? Ik veronderstel dat we elkaar niet kennen. Ik ken u niet, heb u nooit in mijn leven gezien. Klopt dat? We zijn volkomen onbekenden. Ik wil alleen even uw hand vasthouden, leg uw… Ja, mevrouw… het is geen geestelijke toestand; het gaat om een lichamelijke toestand. En wat het is, het is een tumor. Het is een gezwel.
Let nu op. Ik kan dat opvangen… Laat me u iets tonen. Kijk naar mijn hand. Het ziet er gewoon uit als een normale mannenhand, nietwaar? Ik ga nu mijn hand op die hand leggen. Er is daar geen verschil, niet? Nu, laat me… Leg uw tasje even aan de kant hier. Laat me deze hand hier houden, leg die hand op mijn hand. Geen verschil daar? In orde, verander hem opnieuw, op deze manier, alleen om u te laten zien wat de Heilige Geest…
Welnu, plaats nu uw hand op de mijne. Nu, kijk ernaar. Kijk hier naar mijn hand. Hij zwelt op, er komen overal pukkeltjes op. Is dat juist? Welnu, neem uw hand ervan af; neem uw hand terug. Ik zal mijn hand erop leggen. Nu, het is er niet meer, nietwaar? Kijk eens naar deze hier, Ziet u? Het komt niet terug.
Laten we nu deze hand hier plaatsen, uw rechterhand op mijn linker, en kijk wat er nu gebeurt. Nu, kijk naar mijn hand. Ziet u het daar? Ziet u het opzwellen, ziet u die kleine witte dingen erover heen lopen? Dat toont aan dat u een ziekte hebt. Het is een kiem… Het is een ander leven in u dat niet uw leven is. Ziet u? Het is een ander leven. Er is een leven in u.
59
Laten we even een paar minuten spreken en zien of de Heilige Geest een diagnose zal stellen waar het zich bevindt, ontdekken of Hij het me wil vertellen. Als Hij het niet zal doen… Ik weet dat het een tumor is. Ik weet dat het dat is, ik kan zeggen dat het een tumor is vanwege de manier waarop het trekt. Is dit duidelijk, tot zover? Geeft u me maar gewoon antwoord. Dat is juist, het is een tumor. In orde. Nu misschien… dat is één gave die aan het werk is. Begrijpt u?
Of de Heilige Geest het me toestaat, kan ik niet zeggen. Maar als Hij het zal doen, als Hij me zal vertellen waar het is, waar de tumor is… Ja hoor, de tumor is in de borst. Is dat niet waar? Hij is hier nu. Begrijpt u? Dat is juist. U woont hier in Chicago. [De zuster zegt: “Klopt.”] En uw naam is mevrouw A. Erickson. [ Dat is goed.] En u woont op een adres; Ik zie dat u binnen gaat in… het wordt genoemd… het is Mead Street 1653, is dat waar? [ “Dat is waar.”] Nu, ga naar huis en word gezond…?...
Heb geloof. Twijfel niet. Heb geloof in God. In orde, kom hierheen.
60
Hoe maakt u het? Zijn wij onbekenden, meneer? Gelooft u daar, mijn broeder? Heb geloof. Laat me uw hand voor een moment hebben, meneer. Tussen u en mij staat een Licht. U hebt een zwakte; het is waar; maar u bent hier voor iets anders, iets groters dan het uwe. Voor een man van uw leeftijd is het vrij gewoon om een klein nier- en prostaatprobleem te hebben, iets wat u 's nachts nerveus maakt, wakker maakt en u uit bed doet opstaan enzovoorts. U hebt dat. Maar er is nog wat anders, omdat het blijft bewegen, aan mij trekt. Is dat niet juist? U wilt…
Gelooft u dat God mij kan openbaren wat uw problemen zijn? Gelooft u dat met heel uw hart? Als Hij het zal doen, zult u dan, ongeacht wat het is, het dan aannemen, ook al betekent het dat u moet verhuizen, of dat u een nieuw huis moet nemen, of wat het ook maar is, geloof dan als uw verlangen groot genoeg is terwijl u in Zijn Tegenwoordigheid staat, als Hij me openbaart wat u… Ik zou u niet kunnen genezen; ik zou u niet kunnen geven waar u naar op zoek bent, maar God kan het wel. Gelooft u dat? Ik kan alleen als Zijn dienstknecht optreden. Klopt dat?
U bent hier voor iemand die dichtbij u staat. Het is een zoon. Het is uw jongen. En er is iets mis met de ogen van die jongen. “Astigmatisme,” zei de dokter. De jongen is niet bij u; hij is thuis. De jongen heeft een soort van aanvallen… Het is epilepsie. En hij is min of meer wat geestelijk achter. Is dat niet juist? Gelooft u dat u zult ontvangen waar u om gevraagd hebt? In orde, ga dan naar huis, en leg uw hand op het kind, en ontvang het in de Naam van de Here Jezus.
61
Geloof God. [leeg gedeelte op de band - uitg.] Buig uw hoofd slechts voor een ogenblik. De vrouw heeft een dove geest op haar. Zeker. Buig uw hoofd even voor een moment.
Geweldige Jehova God, Die de hemelen en de aarde gemaakt heeft, en alle dingen erin. Ik weet niet hoe slecht deze vrouw is, haar oren zijn het in ieder geval, maar U bent hier en kunt haar genezen. Ik bid dat U het zult toestaan. En maak dat Uw Geest nu op haar komt en haar in orde maakt. Ik bid nu voor deze duivel die haar bindt in de vorm van doofheid: “Kom uit de vrouw. Ik beveel je haar te verlaten door de Here Jezus Christus.”
Hoort u me nu, ja? Kunt u me horen? Het is niet alleen dat u nu mag weten dat uw gehoor voor u is. U had ook een vrouwenkwaal, nietwaar? Het heeft u verlaten. Neemt u dat aan, werkelijk? Iets vreemds [zie ik] over u. Tussen u en mij zijn golvende groene wateren. U bent teruggekomen van een… u bent een zendelinge. En u kwam hierheen vanuit China. U predikte tot gele mensen, Chinezen. En u hebt een verlangen mij een vraag te stellen. En u wilde mij vragen of u terug zou moeten keren of niet. Dat is waar. Gelooft u dat u weer normaal terug zult keren en gezond zijn? Vervolg uw weg met blijdschap. God zij met u.
Heb geloof.
62
Ja, meneer. Maagkwaal, heel ernstig, hevig… Laat mij uw hand weer hebben. O ja, een heel ernstig maagprobleem. Alleen God kan u nu redden. Gelooft u het? Hoe zou ik kunnen weten dat u een maagkwaal hebt door het opleggen van mijn hand op de uwe? Dat is juist, mijn broeder. Gelooft u dat u gezond zult worden? Uw voornaam is Allen, is dat niet zo? Uw achternaam is Grubbs. Klopt dat? God zegene u. U komt uit Waukegan, Illinois. Keer terug en eet uw avondmaal.
Vrouwenkwaal. Gelooft u dat u beter zult worden? Ik wil u iets vragen. Toen u daarstraks de stoel verliet, een paar minuten geleden, gebeurde er iets, is het niet zo? Welnu, ga door naar huis, verheug u, en dank God in het weggaan, wees blij.
63
Vrouwenkwaal, artritis, vele dingen zijn verkeerd. Gelooft u dat Jezus Christus u gezond maakt? Ik geloof het ook, zuster.
Hemelse Vader, ik zegen deze vrouw in de Naam van de Here Jezus. En moge nu de Heilige Geest naar haar toe gaan, en moge de zegening waarvoor ze gevraagd heeft haar toegestaan worden in Jezus' Naam. Amen.
God zegene u, zuster. Ga met blijdschap uws weegs.
64
Gelooft u? Tussen u en mij komen bloedstromen; het verandert in wit. Welnu, de oorzaak hiervan is dat u diabetes hebt. En diabetes is u blind aan het maken. Gelooft u dat u naar huis gaat, genezen van diabetes en dat u uw zicht ontvangt? Gelooft u dat u niet zozeer in uw broeders tegenwoordigheid maar in Zijn Tegenwoordigheid staat? Ik zegen u, mijn broeder, en drijf deze zaak uit u, in de Naam van Jezus Christus. Amen. Ga blij, verheug u, en geloof met uw ganse hart.
Wat als ik u zou vertellen dat u genezen werd toen u daar in een stoel zat, zou u het geloven met heel uw hart? God zegene u, is mijn gebed.
65
Hoe maakt u het, meneer? Gelooft u dat ik… Wees eerbiedig, iedereen; voor een ogenblik. U bent hier voor iemand. Het is uw vrouw: Er is iets verkeerds met haar rug. Een probleem met haar ruggengraat.
Die vrouw kreeg artritis in haar rug, en zit daar, precies daar met het rose uitziende vest aan. Ja. Maar het is niet uw vrouw. Maar u hebt artritis in uw rug, en ik kon u zien staan, vol in het gezicht, en de dame die naast u zit daar heeft ook artritis. En de dame regelrecht achter u, heeft artritis, de dame in het wit. Is dat waar, dame? Ga staan, jullie drieën. God zegene u.
Dat was die demoon die aan u trok. Begrijpt u? U zult u vrouw veranderd vinden. Maak u geen zorgen. En u hebt een rectaal probleem, nietwaar? Ga God nu geloven en wees gezond, mijn broeder. Ik zegen u in de Naam van de Here Jezus. Amen. God zegene u.
66
Diabetes is een slechte zaak. Maar Jezus Christus is een Genezer. Gelooft u het? Accepteert u het? In de Naam van Jezus Christus dan, ga en wees genezen. Heb geloof.
De kleurling dame die precies daar achter zit met de kleine rode jurk aan, het lijkt alsof het boven haar vasthoudt. Hebt u een gebedskaart, dame? Niet, of wel? U hebt geen gebedskaart. De dame daar achter met een bril op, hebt u geen gebedskaart? Ga even staan als u er geen hebt. Gelooft u met heel uw hart? Echt met heel uw hart? Gelooft u dat Jezus Christus u gezond zal maken? U bent van plan een operatie te ondergaan. Dat wist u wel, nietwaar? U hebt een gescheurde appendix. Klopt dat? Maar Jezus Christus zal u beter maken indien u het gelooft.
Leg uw hand op die jongen, die man die vóór u zit omdat hij aan nervositeit lijdt, die daar zit, precies daar. Here Jezus, ik veroordeel de duivel die bestraft wordt. In Jezus Christus Naam, verlaat hen. Amen. Amen.
67
Breng de dame. O, kinderen van de levende God, realiseert u zich niet dat uw Here Jezus hier is? Niet uw broeder, maar Uw Verlosser… Heb geloof. We zijn onbekenden, dame. Dat is waar. Buig voor een moment uw hoofd.
Here, in de Naam van Uw Zoon, Jezus, neem deze geest van doofheid van de vrouw weg, opdat ze weer goed en duidelijk kan horen. Almachtige Vader, ik bestraf deze duivel in Jezus Christus Naam. Amen.
Wacht even. Ik wil uw gehoor testen. Kunt u mij nu goed horen? Kunt u mij nu horen? U kunt het moeilijk horen. Ik wil u iets vragen. U gelooft de dienst vanavond? Welnu, ik zou de vrouw kunnen laten gaan. Maar iets blijft me naar haar toe bewegen. Daar is iets anders. Laat mij een moment uw hand zien.
Gelooft u dat ik Zijn dienstknecht ben? [“Ja.”] Gelooft u dat de geheimen van alle harten bekend zijn bij God, dat Hij er alles van af weet? [“Ik weet het.”] Gelooft u dat als Jezus Christus hier zou staan, Degene die mij dit pak kleren gaf die ik vanavond draag? Wat genezing aangaat, Hij heeft u al genezen. Maar Hij zou weten wat u… Dat diepe iets bij u dat u een verlangen geeft. Ja. U had iets verkeerds met uw maag. Het was een gezwel. Klopt dat? Het is dood. Het is van u weggegaan.
Ik blijf een kleine jongen zien die bij u staat, of zoiets. O het is een kleine jongen. U hebt een kleine jongen bij u, maar het is niet uw zoon. Het is uw kleine neefje. Dat is juist. Hij kan niet… U kunt hem niet naar school sturen, omdat hij slechte amandelen heeft. Is dat niet juist? Ga, leg die zakdoek op hem. Hij zal genezen.
68
Gelooft u? Laten we de Here Jezus precies nu aannemen. Waar bent u beland? Gekozen, geroepen, gezalfd, geplaatst in Christus, samen zittend in hemelse gewesten in Christus Jezus. Gelooft u nu? Ga dan op uw voeten staan en ontvang, ieder van u, uw genezing.
O God van de hemel, ik bestraf elke demoon in Jezus Christus' Naam. Kom uit hen in de Naam van Jezus Christus.